dinsdag 28 april 2009

Recensie: Laurens Ham over "Aan de leegte ontrukt: George Perec". Daar word ik toch stil van.

Op 24 april organiseerde Perdu de avond "Aan de leegte ontrukt: George Perec", Laurens Ham bezocht deze avond over Guido van de Wiels vertaling van La Disparition en schreef er de volgende recensie over.


Onderlangs was de grootste verrassing op de longlist van de Libris Literatuurprijs 2008. Deze vuistdikke roman, uitgegeven bij de onvolprezen Utrechtse uitgeverij IJzer, stelde Paul Bogaers samen uit bestaande zinnen. Bogaers, een collagekunstenaar, putte uit tweedehands lectuur uit de eerste helft van de twintigste eeuw: tientallen toekomstromans, kookboekjes, geneeskundige publicaties en pornoverhalen. Het boek dat hij eruit wist samen te stellen was spectaculair: niet alleen een uitstekend leesbare hilarische roman, maar tegelijk een kritiek op het vrouwonvriendelijke, racistische en arbeidersvijandige discours van die dagen.

Bij de vertaling ’t Manco van Guido van de Wiel die afgelopen week bij De Arbeiderspers verscheen, moet ik onweerstaanbaar aan Onderlangs denken. De vergelijking met Battus’ Opperlans! ligt misschien meer voor de hand, maar de boeken van Bogaers en Van de Wiel hebben met elkaar gemeen dat het dikke romans zijn die een bijna onmogelijke klus proberen te klaren.

Een aantal keer eerder werd Georges Perecs e-loze roman La Disparition (1969) vertaald: in het Duits (Anton Voyls Fortgang), het Engels (zelfs tweemaal, als A Void en A Vanishing) en in het Spaans (hier werd vals gespeeld met een a-loos boek, El secuestro). Helemaal uniek is Van de Wiels tekst dus niet. Toch is deze Nederlandse vertaling, waar Van de Wiel tien jaar aan werkte, een bijzondere prestatie. ‘De’, ‘het’ en ‘een’ bevatten allemaal e’s, net als het gros van de werkwoorden in de verleden tijd en bijna alle infinitieven (op ‘zijn’, ‘slaan’, ‘staan’ en ‘gaan’ na).

Perdu had een primeur door ’t Manco op 24 april als eerste aan het publiek te presenteren. Het was een avond over Perec, waar naast Van de Wiel ook Manet van Montfrans (universitair docent Franse letterkunde, UvA) en vertaler Rokus Hofstede een lezing hielden.


De eerste lezing van de avond was een algemene inleiding van Van Montfrans. Zij liet op heel overtuigende wijze zien waarom we het principe van ‘contrainte’ (vormdwang), dat in een groot deel van Perecs oeuvre een rol speelt, niet als een vrijblijvend spel met woorden moeten zien. Perec was gefascineerd door literaire vormen als het lipogram (het schrijven met weglating van letters, zoals de letter e), maar ook door het verwerken van getallenreeksen in zijn romans.

Zowel het weglatingsprincipe als het voortdurende spel met getallen (vooral 11 en 2) is terug te voeren op Perecs autobiografie. Als kind van joodse ouders verloor hij allebei zijn ouders in de Tweede Wereldoorlog: zijn vader sneuvelde in 1940, zijn moeder werd op 11 februari 1943 naar Auschwitz gedeporteerd. Met name die laatste gebeurtenis was beslissend in Perecs leven: zijn vormspel is een manier om om te gaan met de acte de disparition van zijn moeder die hij na de oorlog toegestuurd kreeg. Hij probeert bovendien voortdurend vat te krijgen op zijn eigen ‘afwezigheid’ tijdens de dood van zijn moeder en zijn toevallige overleven; tijdens de oorlog was hij elders in Frankrijk in veiligheid gebracht en werd zijn joodse afkomst niet opgemerkt.

Een kernroman in Montfrans’ betoog was het deels autobiografische W of de jeugdherinnering (W ou le souvenir d'enfance, 1975). Van Montfrans stelde eerst nog wat naïef dat die roman de vraag beantwoordt wat Perecs autobiografie met het ludieke karakter van zijn boeken te maken heeft. Vervolgens liet ze echter knap zien dat deze gelaagde roman tegelijk te lezen is als een autobiografie en als een fictief en beklemmend verhaal over een concentratiekampachtig eiland. Perecs spel met de vorm heeft niet alleen serieuze implicaties, maar staat ook nog eens in dienst van een intelligente romanpraktijk. Dat is vermoedelijk de reden waarom hij als een van de weinige OuLiPo-auteurs nog steeds gelezen wordt: hij stijgt glorieus boven zijn eigen principes uit.

Dat Perec daadwerkelijk een fantastisch schrijver was, probeerde Rokus Hofstede te laten zien in zijn lezing over Ruimten rondom. In deze essayachtige bundel, waarvan in 2008 een herziene vertaling verscheen, denkt Perec na over (de beleving van) de ruimten waarin we leven. Helaas ontbrak tijdens de lezing een duidelijke inleiding op de bundel, maar wel was dit het enige moment waarop grote fragmenten werden voorgelezen. Prachtige opsommingen, bijvoorbeeld van wat Perec opviel toen hij een tekening bekeek van een huis in dwarsdoorsnede.

Hofstede deed in het voorbijgaan een pleidooi voor het bestuderen van een aspect van Perecs oeuvre dat nog erg onderbelicht is: de politiek-maatschappelijke kant. De politieke oriëntering van bijvoorbeeld W of de jeugdherinnering worden nogal overschaduwd door de aandacht voor de biografie van de schrijver aan de ene kant en zijn contraintes aan de andere kant. Hoe weinig ik ook thuis ben in het werk van Perec, deze opmerkingen gingen me aan het hart. Intelligente analyses als die van Van Montfrans ten spijt, lijkt het erop dat Perec gemakkelijk het slachtoffer kan worden van harteloze puzzelaars en sentimentele levensuitvorsers, op zoek naar aanwijzingen en verwijzingen in zijn werk.


Na de pauze bleek dat die vrees niet helemaal ongegrond was. Guido van de Wiel presenteerde een vermakelijke uiteenzetting over het vertaalproces van ’t Manco, maar hij kwam nu en dan wat te weinig boven het niveau van de ijverige en bekwame puzzelaar uit.

Van de Wiel is bepaald niet de gedoodverfde vertaler van La Disparition. Sterker nog: hij vertaalde nooit eerder een boek. Hij studeerde geen Franse letterkunde, kende het werk van Georges Perec niet, wist niet wat OuLiPo betekende en had zelfs een matige beheersing van het Frans. Dit presenteerde hij op enigszins knullige wijze in de eerste minuten van zijn presentatie, waarna de meest fundamentele vraag onbeantwoord bleef: waarom ging Van de Wiel er in ’s hemelsnaam toe over het boek te vertalen?

Deze zojuist geopende website en een interview geven er wel een antwoord op. Van de Wiel las voor het eerst over La Disparition in het boek Codes van Simon Singh over lettercodes en geheimschrift. Een citaat uit de Engelse vertaling van het boek bracht Van de Wiel op het idee om ook aan een vertaling te beginnen. Na enige tijd vond hij uitgeverij De Arbeiderspers bereid om uit te geven.

Van de Wiel is communicatieadviseur en (in het jargon van het interview) ‘denker in mogelijkheden’. Tijdens de Perecavond was aan die twee hoedanigheden niet te ontkomen. Hoe charmant zijn presentatie ook was, Van de Wiel wekte de ergernis van een deel van het publiek op met zijn platitudes over hoe beperkingen creatief kunnen maken. Een paar vertalers en andere kenners in de zaal reageerden nogal geërgerd op de voorbeelden van creatief denken waarmee het eerste deel van de presentatie was doorspekt.

Het tweede deel, waarin meer in detail werd ingegaan op een aantal fragmenten uit de vertaling en problemen waarvoor Van de Wiel was komen te staan, was het interessantst. De problemen met ‘het’, ‘een’ en ‘er’ waren vrij eenvoudig opgelost door ‘‘t’, ‘‘n’ en ‘d’r’ te gebruiken. Niet zozeer de banale problemen, maar de echt complexe dubbelzinnigheden werden uitvoerig besproken. Perec zinspeelt keer op keer op de letter e, draait eromheen, vervormt en verdraait woorden zo dat hij de e niet hoeft te gebruiken. Al die nieuwvormingen moeten in de vertaling een plek krijgen. Het moet worden gezegd dat Van de Wiel daar uitstekend in lijkt te zijn geslaagd. Hij toonde gevoeligheid voor alle dubbelzinnigheden, verwijzingen en ambiguïteiten van het Nederlands en het Frans.

Een beetje storend waren niettemin de verwijzingen naar de e die Van de Wiel in de roman opmerkte. Als er ergens een kompas naar rechts uitslaat, dan moet het kompas ongeveer de vorm van een (dichte) e hebben. Akkoord. Toch heeft dit verbeten zoeken naar verwijzingen en vormgrappen iets vrijblijvends. Wat moeten we er nu eigenlijk mee?

Van de Wiel had uiteraard zijn antwoord klaar: we moeten er meer begrip door krijgen voor het autobiografische traumaverwerkingsproject dat Perec in zijn romans aflegt. Maar dat is een groteske simplificatie van het oeuvre. Hier wordt de lezer en vertaler van Perecs oeuvre inderdaad niet meer dan een puzzelaar.

Er werd niet getoond dat La Disparition een geniale roman is, alleen dat het een ingenieuze roman is. Maar taalspel alleen zal niet genoeg zijn voor een fijne leeservaring, zoals iedereen zal beamen die geprobeerd heeft Battus’Opperlans! op een vrije zondagmiddag door te ploegen. Van de Wiels uitvoerige onderzoek naar zowel de taalaspecten als de thematiek van de roman (zie de twee e-books hier), lijkt dan ook voor de professional van weinig waarde. De boekjes bevatten aardige vondsten, maar herhalen vooral keer op keer dezelfde principes over verknoping van autobiografie en contrainte en over de verwijzingen naar de e.

Zo ging het aan het einde van de avond toch weer over genie: over Perecs genie, over geniaal vertalen of bloedeloos omzetten naar het Nederlands. De vertaling van Van de Wiel heb ik nog niet kunnen lezen, dus of het uitstijgt boven een star woordspel weet ik nog niet. Maar van deze vertaling zelf word ik al een beetje stil. Knap is het in elk geval. Aan die twee clichés heb ik toch maar mooi niet weten te ontkomen.


Laurens Ham

3 opmerkingen:

Joost Baars zei

Het is jammer dat de lezing van Guido van de Wiel verbonden was met de vertaling van La Disparation. Het was duidelijk dat hij zeer ervaren was als lezinggever bij een heel ander soort publiek. Daardoor liet hij wellicht dingen liggen en onderschatte hij het publiek misschien een beetje - wat inderdaad ergernis wekte bij een deel van de aanwezigen.

Ik persoonlijk houd trouwens wel van een literatuurbeschouwing vanuit ongebruikelijk perspectief (in dit geval die van de organisatiepsychologie).

In elk geval zegt de lezing van Van de Wiel helemaal niets over de kwaliteit van zijn vertaling. Daarom waren de reacties van de "kenners" in de zaal ook over het algemeen een beetje misplaatst en vervelend. Om zomaar eens een voorbeeld te geven: ik vind de Anne Sexton-vertalingen van Kathelijne de Vuyst heel erg goed. Als zij dat in een lezing niet goed blijkt te kunnen toelichten, doet dat niets af aan mijn waardering van de vertalingen.

Het probleem van de avond was dat Van de Wiel twee petten op had - twee petten die je allebei wel eens in Perdu tegenkomt. De ene pet was die van de vertaler van een werk. De andere was die van de beschouwende outsider. Had hij alleen een organisatiepsycholoog geweest die het werk van Perec kwam beschouwen, dan had er niemand geklaagd. Was hij een conventionele kenner geweest, dan had je ook niemand horen piepen. Die twee petten verenigen is op het podium niet gelukt. Maar totdat iemand zijn vertaling daadwerkelijk heeft gelezen (een van de "kenners" riep ironisch genoeg dat Van de Wiel het boek eens moest lezen) kan niemand iets zeggen over hoe hem dat is afgegaan op papier. Schrijven en spreken zijn twee verschillende metiers.

Ellen zei

Geachte Mevrouw
Geachte Meneer,

Op de site (http://avondenperdu.blogspot.com/2009/04/recensie-laurens-ham-over-aan-de-leegte.html) trof ik een tekst van u aan die verband houdt met Georges Perec.
Als masterstudent Grafisch Ontwerp maak ik dit jaar een boek rond Georges Perec. Ik heb zijn manier van schrijven vertaald naar een manier van vormgeven. Het boek zal opgebouwd worden vanuit een beperking. Net zoals George Perec toen hij begon te schrijven aan ‘La disparition’ zichzelf de beperking oplegde om geen E te gebruiken.
Mijn uitdaging is om een boek samen te stellen met alleen beeld en tekst met een copyleft licentie. Dit wil zeggen dat het gebruik van de tekst vrij is voor derden. (http://en.wikipedia.org/wiki/Copyleft en http://nl.wikipedia.org/wiki/GNU-licentie_voor_vrije_documentatie)
Het eerste voordeel is dat dit een zeer ongewoon resultaat zal opleveren want geen van de reeds gepubliceerde artikels zal erin opgenomen kunnen worden. Het tweede is dat ik op deze manier een volledig legaal boek kan maken binnen mijn budget als student.

Mag ik deze tekst gebruiken voor mijn afstudeerproject? Als u deze tekst zelf ergens anders vandaan heeft gehaald kunt u me dan deze gegevens bezorgen (naam van de schrijver, site, e-mailadres,…). Ik zal voor alle materiaal de bronnen zo goed mogelijk vermelden.

Met vriendelijke groet,

Ellen Bilterest
Master Grafisch Ontwerp
Hogeschool van wetenschap&kunst St-lucas Gent
bilterest.ellen@gmail.com

Avonden redactie zei

Beste Ellen, bedankt voor je reactie.
Ik zal je verzoek doorgeven aan Laurens Ham en/of je apart een mail sturen met zijn gegevens.
Met vriendelijke groet, Jos de Jong, namens de Perdu-blog