woensdag 7 januari 2015

Donderdag 29 jan. 2014: 30+30 Dichters­marathon 2015

Met: Miek Zwamborn, Sasja Janssen, Matthijs Ponte, Nafiss Nia, Geert Buelens, Erik Lindner, Willem Jan Otten, Marc van der Holst, Edwin Fagel, Emile den Tex, Jaap Blonk, Hannah van Binsbergen, Fieke Gosselaar, Josse Kok, Elly de Waard, Annemieke Gerrist, Eva Gerlach, Juan Heinsohn Huala, Hélène Gelèns, Nina Targan Mouravi, Marjoleine de Vos, Lieke Marsman, Nick J. Swarth, UNOM (Poetry Circle Nowhere), Estelle Boelsma, Sjaan Flikweert (Poetry Circle Nowhere), Onno Kosters, Hagar Peeters & Jan-Willem Anker

Dat poëzie niet moeilijk is, bewijst Perdu jaarlijks op Gedichtendag. Niet door zich op die dag te beperken tot de eenvoudigste poëzie, maar juist door de poëzie in al haar diversiteit aan te bieden op een manier die vooral de nieuwsgierigheid prikkelt. Podiumbeesten en prevelaars, anekdotici en hermetici, vaklui en avonturiers, groentjes en grijsaards: ze staan naast elkaar en door elkaar op deze nieuwe editie van de 30 + 30 Dichtersmarathon. Zestig zeer uiteenlopende dichters komen in ongeveer tweeënhalf uur in een onverbiddelijk ritme voorbij.

Het concept is uitermate eenvoudig: dertig Nederlandse dichters lezen elk drie gedichten voor: twee van henzelf en één van een zelfverkozen collega uit het buitenland. Bij het voorlezen wordt de poëzie niet onderbroken door aan- of afkondigingen, bio- of bibliografische informatie of entr’actes en intermezzo’s. Zo kan de aandacht van de luisteraar zich volledig op de poëzie zelf richten, die zich aan hem presenteert als een constante stroom in een onverbiddelijk ritme van ruim tweeënhalf uur.

Wiens aandacht toch even verslapt, haakt zo weer aan bij de eerstvolgende dichter. Een uitstekende gelegenheid om je onder te dompelen in poëzie uit Nederland en de rest van de wereld.

Aanvang: 19.45 uur / Zaal open: 19.15 uur
Entree: 10 / 7 euro (met kortingskaart)
Reserveren via de website van Perdu

dinsdag 6 januari 2015

woensdag 7 januari 2014: From Documentary Poetry to Social Poetics - Reading by Poet Mark Nowak

Time: 17:30
Location: Potgieterzaal, Universiteitsbibliotheek
Singel 425, Amsterdam
Language: English
Admission: free

Met: Mark Nowak

U.S. poet Mark Nowak will deliver “From Documentary Poetry to Social Practice,” a lecture and reading in which he will present excerpts from his acclaimed volumes Shut Up Shut Down and Coal Mountain Elementary as well as discuss his ongoing project of facilitating poetry workshops with trade unions, workers centers, and progressive labor organizations. Nowak is visiting the EU to conduct poetry workshops with migrant worker organizations in Amsterdam, the Hague, and Brussels. In the U.S., he is currently organizing the country’s first Institute for Worker Writers in collaboration with the PEN American Center.

Mark Nowak, a 2010 Guggenheim fellow, is the author of Coal Mountain Elementary (Coffee House Press, 2009) and Shut Up Shut Down (Coffee House Press, 2004), a New York Times "Editor’s Choice." He designs and facilitates poetry workshops for trade unions and workers centers across the United States, European Union, and South Africa. A native of Buffalo, Mark Nowak currently directs the MFA program at Manhattanville College in Purchase, New York.

reserveren via perdu@perdu.nl
het aantal plaatsen is beperkt

woensdag 17 december 2014

Zaterdag 20 december 2014: Presentatie Acedia - de vijfde dichtbundel van Erik Lindner

Met: Erik Lindner, Jan Baeke, Jaap Blonk, Mustafa Stitou, Hélène Gelèns, Suzanne Holtzer, Dimitri van Zeebroeck & Jeroen Dera

Erik Lindner debuteerde in 1996 bij uitgeverij Perdu met Tramontane. Nu is er een vijfde dichtbundel, Acedia: 34 nieuwe gedichten die zijn aangevuld met een keuze uit zijn eerdere bundels.
De acedia noemde Walter Benjamin de indolentie van het hart, die versaagt het echte historische beeld, dat vluchtig oplicht, te bemachtigen. In de bundels van Erik Lindner duikt het begrip acedia telkens op als bestemmingsoord, toestand of ervaring van de werkelijkheid.
Op deze feestelijke presentatie zal hoofdredacteur Suzanne Holtzer van De Bezige Bij een inleiding houden. Criticus Jeroen Dera geeft een lezing over de bundel. Dichters Jan Baeke, Jaap Blonk, Hélène Gelèns en Mustafa Stitou zullen voorlezen. En er wordt een korte film vertoond van Dimitri van Zeebroeck gebaseerd op een gedicht van Erik Lindner.
Erik Lindner publiceerde na zijn debuut bij De Bezige Bij de dichtbundels Tong en trede (2000), Tafel (2004) en Terrein (2010), en de roman Naar Whitebridge (2013). In Duitse vertaling van Rosemarie Still verscheen Nach Akedia (Matthes & Seitz Berlin, 2013), in Italiaanse vertaling van Pierluigi Lanfranchi verscheen Fermate Provvisoria (CFR edizioni, 2013). Hij is redacteur van de tijdschriften Revisor en Terras.

“Uiterst opmerkzaam maar gelaten lukt het Lindner iedere keer weer het eenvoudige met het ingewikkelde samen te laten vloeien tot nieuwe, dagende inzichten.” (Andreas Langenbacher in Neue Zürcher Zeitung, 28 juni 2014)

“Erik Lindner slaagt er niet alleen in onze patronen van taal en waarneming te doen kantelen, het lukt hem ook de zintuigen aan te scherpen voor wat mogelijk is.” (Nico Bleutge in Süddeutsche Zeitung, 8 oktober 2013)

“De gedichten van Erik Lindner gaan uiteindelijk altijd, wat het onderwerp ook is, over geluk.” (Ulf Stolterfoht in het nawoord van Nach Akedia)

“Lindners grote kracht is ook nog, mede dank zij zijn parlando, dat alles in eerste instantie vanzelfsprekend overkomt. Hij is in staat, en dat is een van de voorwaarden voor geslaagde poëzie, een autonome wereld op te roepen.” (Albert Hagenaars, Haagsche Courant)

Deur open: 20.00 uur
Entree: gratis

zondag 7 december 2014

Vrijdag 12 december 2014: To aesthetic freedom

Exploring the potential of aesthetic experience to transform common experience, an effect we may call political.

Met: Marcus Düwell, Cheng Ran, Stéphane Mallarmé's 'Un Coup de Dés' & Anne-Bénédicte Lebeau
Voertaal: Engels


Tout se résume dans l’Esthétique et l’Économie politique.
Everything comes down to Aesthetics and Political Economy.
- Stéphane Mallarmé, La musique et les lettres, 1895.


It seems our world only matters when it can be instrumentalized and invested. In our quest to determine the order of things, we tend to reduce our world to structures of efficiency, functionality and rationality.

This evening will muse over aesthetic freedom; how aesthetic forms create experiences that practical and theoretical realms cannot offer. Rather than demanding aesthetic experience to serve political aims, the evening intends to explore the potential of aesthetic experience to transform common experience, an effect we may call political.

The programme will consist of a musical recital of Stéphane Mallarmé’s ‘Un Coup de Dés' (1897) by Anne-Bénédicte Lebeau, a lecture on aesthetic freedom by Marcus Düwell, and video/film by Cheng Ran.

Deur open: 20.00 uur
Entree: 7 / 5 euro (met kortingskaart)
Reserven via website Perdu

dinsdag 2 december 2014

zaterdag 6 december 2014: Weg van Damascus

Over en met de Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun

Met: Ghayath Almadhoun, Joost Baars, Uitgeverij Jurgen Maas, Thomas Möhlmann, Tsead Bruinja, Annemieke Gerrist & Djûke Poppinga


De Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun kwam tweemaal naar Nederland voor het internationale literatuurfestival Read My World: in 2013 om zijn poëzie te introduceren en in 2014 om de presentatie van de dichtbundel Weg van Damascus te vieren. Onder die titel verscheen een keuze uit zijn poëzie, vertaald door Djûke Poppinga, uitgebracht door Uitgeverij Jurgen Maas. Joost Baars schreef een nawoord bij het werk.
 ‘Zijn poëzie is doortrokken van het diepgewortelde schuldgevoel van een jonge intellectueel die zijn geboorteland heeft verlaten, en getuigen van wat er in het leven van een Syriër alomtegenwoordig is: oorlog, geweld, destructie en dood. Daarbij weet Almadhoun vaak een opmerkelijk lichte toon aan te slaan, wat zijn getuigenis tegelijk nog indringender maakt en ons met nieuwe ogen leert kijken naar de beelden in het nieuws. Want we denken dat we op het journaal en in de krant kunnen zien wat er gebeurt in de wereld, maar het gebeurt niet met ons.’ (Joost Baars)

Ghayath Almadhoun werd geboren in het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk in Damascus als zoon van een Palestijnse vader en een Syrische moeder. Hij studeerde Arabische literatuur aan de universiteit van Damascus en werkte als cultureel journalist. Samen met Lukman Derky richtte hij in 2006 in de Syrische hoofdstad 'Bayt al-Qasid' op, het 'Huis van de Poëzie'.

‘Weg van Damascus is het werk van een heel grote dichter. Niet omdat het “actueel” is, hoewel het dat óók is. Maar wat er nu in Syrië gebeurt, is elders eerder gebeurd, en zal ook in de toekomst meer gebeuren. En Almadhoun spreekt erover met een poëtische stem die alle politiek, alle toe-eigeningen en alle oorlogen zal overleven.’ (Joost Baars)

Na twee wervelende optredens is Ghayath Almadhoun opnieuw in Nederland, deze keer in Perdu. Hij zal uit zijn eigen werk voordragen en in gesprek treden met Joost Baars. Thomas Möhlmann, Annemieke Gerrist en Tsead Bruinja dragen hun favoriete gedichten uit Weg van Damascus voor en brengen ook eigen werk ten gehore.


Deur open: 20.00 uur
Entree: gratis
Reserveren via website Perdu


Bekijk hier een gesprek dat Frénk van der Linden in Kamp Westerbork had met Ghayath Almadhoun, voor het NCRV televisieprogramma Altijd Wat.

En bekijk hier een poëziefilm die Almadhoun maakte samen met de Zweedse dichter Marie Silkeberg.

En hier het openingsgedicht uit Weg van Damascus:

    Hoe ik een dichter werd

    Haar verdriet viel van het balkon en brak. Ze kreeg behoefte aan een nieuw verdriet. Toen ik met haar naar de markt ging, bleken de prijzen van verdriet onwaarschijnlijk hoog, dus adviseerde ik haar een tweedehands verdriet te kopen. We vonden een verdriet dat in goede staat verkeerde, het was alleen een beetje groot. Het had aan een jonge dichter toebehoord, die die zomer zelfmoord had gepleegd, vertelde de handelaar ons. Het verdriet beviel haar wel en we besloten het te nemen. Maar we waren het niet eens met de prijs, dus zei de handelaar dat hij er, als we het verdriet zouden kopen, gratis een pakketje leed uit de jaren zestig bij zou geven. We stemden in met zijn voorstel en ik was blij met het extra leed, waarop we niet hadden gerekend. Toen ze merkte hoe gelukkig ik ermee was, zei ze: ‘Je mag het hebben.’ Ik deed het leed in mijn tas en we gingen op weg. Die avond schoot het me weer te binnen. Ik haalde het uit mijn tas en bekeek het van alle kanten. Het was van hoge kwaliteit en verkeerde in goede staat, hoewel het al een halve eeuw was gebruikt. Kennelijk had de handelaar geen idee van de waarde gehad, anders had hij het ons vast niet gegeven in ruil voor de aanschaf van het onbeduidende verdriet van een jonge dichter. Wat me vooral tevreden stemde, was dat het existentieel leed was, dat bovendien uiterst professioneel in elkaar was gezet, met prachtige, bijzonder verfijnde details. Het had vast toebehoord aan een geleerde of een ex-gevangene. Ik begon het te gebruiken en zo werd de slapeloosheid mijn dagelijkse metgezel en werd ik een voorstander van de vredesbesprekingen. Ik ging niet meer op bezoek bij mijn naasten, het aantal memoires in mijn boekenkast groeide en ik uitte nog maar zelden mijn mening. Mensen werden me dierbaarder dan het vaderland en ik begon me te vervelen. Maar wat ik vooral opmerkelijk vond, is dat ik een dichter werd.

© Uitgeverij Jurgen Maas

woensdag 26 november 2014

Vrijdag 28 november 2014: Dans en poëzie - Het lichaam als instrument

Met: Annelie David, Marijke de Vos, Daan Doesborgh & Anna Seidl

Het verband tussen dans en poëzie manifesteert zich allereerst in metaforisch opzicht maar reikt verder dan dat. De bewegingen van de danser beschrijven een poëtische ruimte waarin een subject zich beweegt, en een gedicht kan net zo goed als choreografie worden begrepen.


Reflecties over dans als poëzie vinden we onder meer bij Nietzsche, terwijl Mallarmé, Rimbaud en Baudelaire hun reflecties over dans en lichamelijkheid vooral in poëzie verpakten. De vraag is hoe deze relatie zich in de praktijk uit. Hoe creëert dans een poëtische ruimte en in welke opzichten is deze poëtische ruimte vergelijkbaar met de poëtische ruimte waarin dichters zich bewegen? Hoe komen dans en poëzie bij elkaar en wat drijft ze uit elkaar? Aan de hand van deze vragen onderzoekt Perdu de raakvlakken en grenzen tussen deze twee genres. De avond wordt afgesloten met de dans-/poëzievoorstelling Work is a four-letter word.

Annelie David is dichter, vertaler en voormalig danser en choreograaf voor o.a. Het Nationale Ballet. Voor haar in het Duits geschreven gedicht 'Mein Saum schmilzt' ontving ze in 2004 de Dunya-Poëzieprijs. In 2013 verscheen met Machandel bij Uitgeverij Marmer haar eerste Nederlandstalige bundel.

Anna Seidl was tot 2005 soliste bij Het Nationale Ballet en is nu werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam waar ze in 2012 promoveerde. Haar onderzoek richt zich op ruimtelijke structuren, ‘lichaamsbeelden’ en performativiteit.

Marijke de Vos is danser, choreograaf en filmmaker. Haar producties waren te zien op verschillende festivals zoals L’Avventura, Festival Zwart en Urban Explorers Festival. In 2009 richtte ze met Teddy shouldn’t smoke haar eigen choreografiebedrijf op. Work is a four-letter word is na Cold Girl Fever de tweede samenwerking tussen Doesborgh en De Vos.

Daan Doesborgh is dichter, boekwetenschapper en redacteur bij Propria Cures. Hij debuteerde in 2010 met de bundel De Venus Suikerspin en heeft opgetreden op verschillende podia en festivals in binnen- en buitenland.

Deur open: 20.00 uur
Entree: 7 / 5 euro (met kortingspas), gratis voor leden van We are public
Reserveren kan hier

vrijdag 21 november 2014

Woensdag 26 november 2014: 150 jaar Herman Gorter

Met: Lieneke Frerichs, Dick van Halsema, Frank Keizer, Marie Meeusen, Margot Schaap, Johan Sonnenschein, Willem van de Wetering, Menno Hartman & Geert Buelens

Op 26 november 1864 is het precies 150 jaar geleden dat Herman Gorter (1864-1927) werd geboren. Ter viering van zijn verjaardag presenteren Van Oorschot, Huis Clos en Perdu twee nieuwe boeken, van de jongere en latere Gorter. Bij Huis Clos verschijnt een heruitgave van Gorters lange, nooit bij leven gepubliceerde 'Een dag in 't jaar' (1889), onder de titel: Een glorieus ding. 'Een dag in 't jaar' van Herman Gorter, bezorgd en toegelicht door Johan Sonnenschein. Bij Van Oorschot verschijnt het brievenboek Geheime geliefden: brieven aan Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos, bezorgd door Lieneke Frerichs.

Tijdens een feestelijke presentatie dragen Johan Sonnenschein en Lieneke Frerichs fragmenten voor uit Gorters adolescentiegedicht en zijn liefdesbrieven. Margot Schaap en Geert Buelens geven een reactie op 'Een dag in 't jaar'. Dick van Halsema en Marie Meeusen lezen ieder een brief voor die zij speciaal voor de gelegenheid aan Gorter schreven. Frank Keizer brengt zijn liefdesgedicht ‘Voor Herman Gorter’ ten gehore.

Over 'Een dag in het jaar':

Herman Gorter (1864-1927) is nog altijd een geliefd dichter om wat hij schreef als twintiger: zijn lyrische epos Mei (1889) en zijn wilde lyriek uit Verzen (1890). Weinigen weten dat hij precies tussen die twee klassiekers nòg een meesterwerk schreef. ‘Een dag in ’t jaar’ is een groot gedicht over een jongen die zijn veilige torenkamer achterlaat voor een tocht naar de grote stad, waarin het Amsterdam van eind negentiende eeuw te herkennen valt. Daar aangekomen wordt de sensitieve dichter overvallen door de prikkels die het stadsleven te bieden heeft. Is aanvankelijk alles mooi, jong en lente, gaandeweg verandert het straatbeeld en blijkt de grootstad ook een bedreigende jungle waarin het ‘zwarte mannengespuis’ ronddoolt op zoek naar wijn en ‘bloedig vleesch’. In dit zorgvuldig gecomponeerde gedicht verstrijkt behalve een dag en een jaar ook een mensenleven – ja zelfs een hele beschaving. ‘Een dag in ’t jaar’ bevat de meest duistere en decadente poëzie van een geboren natuurdichter.
Waarom Gorter ‘Een dag in ’t jaar’ nooit heeft willen publiceren, wordt in een uitgebreide toelichting uitgeplozen door neerlandicus Johan Sonnenschein (1980).

Over Geheime geliefden:

Herman Gorter moet - blijkens de getuigenissen van tijdgenoten - een charismatische uitstraling hebben gehad. Naast zijn vrouw Wies Cnoop Koopmans had hij twee belangrijke geliefden: Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos, beiden aanvankelijk bijlesleerlingen. De verhouding met Ada begon rond 1901 en de briefwisseling met Jenne nam een aanvang in 1910. Gorters vrouw was waarschijnlijk van beide verhoudingen op de hoogte, en Jenne wist van het bestaan van Ada, maar Ada is altijd onkundig gebleven van de relatie met Jenne. Pas bij Gorters onverwachte dood in 1927 werd het haar op pijnlijke wijze duidelijk dat niet zij, maar Jenne de belangrijkste vrouw in Gorters leven was geweest, en dat die bovendien tot (literair) erfgename was benoemd.

In deze uitgave zijn alle bewaard gebleven brieven van Gorter aan deze twee vrouwen bij elkaar gevoegd. Het boek begint met de brieven aan Ada Prins. Gorter had met haar een warme, aardse relatie, zoals de verliefde, van geluk overlopende brieven duidelijk maken. Toen hun verhouding wat verflauwde werd Gorter verliefd op Jenne. Zij werd al spoedig in alle opzichten Gorters muze en ze stond hem bij in het beoordelen van zijn werk. Maar Gorter heeft het contact met Ada niet kunnen missen, en hij meende ongetwijfeld ook dat zij niet zonder hem kon. Alles komt aan de orde in deze brieven, maar de belangrijkste thema's zijn de liefde en de poëzie, en hoe die zich in Gorters gedichten met elkaar versmelten.

Deze uitzonderlijke, tweevoudige liefdescorrespondentie wordt bezorgd door Lieneke Frerichs, die daarmee het door haar man Enno Endt begonnen onderzoek tot voltooiing brengt.

Over de Gorterianen:

    Geert Buelens (1971) is als professor Moderne Nederlandse Letterkunde verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op de wisselwerking tussen literatuur en samenleving. Hij publiceerde uitvoerig over Paul van Ostaijen, avant-garde poëzie, nationalisme en de poëzie van de Eerste Wereldoorlog. Zijn huidige onderzoek gaat, onder andere, over de cultuur van de jaren zestig en de dynamiek tussen de poëzie en de liedkunst sinds de Romantiek.

    Lieneke Frerichs (1944) promoveerde op de ontstaansgeschiedenis van Nescio’s verhaal ‘De uitvreter’ en heeft veel gepubliceerd van en over Nescio, onder meer zijn Verzameld werk. Van 2006 tot 2012 was zij hoofdredacteur van het Verzameld werk van Karel van het Reve, daarna is zij begonnen aan de biografie van Nescio. Zij schreef eerder artikelen over Gorters jeugdgedicht ‘Lucifer’ en over de betekenis van Bergen aan Zee voor Gorters leven en werk.

    Dick van Halsema (1943) is emeritus hoogleraar moderne Nederlandse taal en letterkunde en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Over de geschiedenis van de Nederlandse literatuur schreef Dick van Halsema Te zoeken in deze angstige eeuw: sporen van décadence-voorstellingen in de Nederlandse letterkunde aan het einde van de negentiende eeuw (1994); Epifanie: ogenblikken van verlichting en verschrikking in de Nederlandse letterkunde rond 1900 (2006); Vrienden & visioenen: een biografie van Tachtig (2010). Van Halsema is de biograaf van de Nederlandse dichter Jan Hendrik Leopold.

    Frank Keizer (1987) is dichter, essayist en redacteur. Hij debuteerde met de bundel Dear World, fuck off, ik ga golfen. Bij Uitgeverij Perdu verscheen in 2013 de integrale vertaling die hij samen met Samuel Vriezen maakte van de bundel Disaster Suites van Rob Halpern. Met Maarten van der Graaff en Daniël Labruyère richtte hij in 2012 het online literaire periodiek Samplekanon. Hij coördineert de uitgeverij van Perdu en is redacteur bij de uitgeverij Leesmagazijn.

    Marie Meeusen (1981) is docent taal- en cultuurvakken aan de opleiding Communication & Multimedia Design Amsterdam. Ze is ex-redactielid van literair tijdschrift Kluger Hans. Haar werk verscheen in verschillende literaire tijdschriften, In haar vrije tijd vormen haar blog Huiverinkt en de literaire podia de voornaamste expressiemedia.

    Margot Schaap (1986) studeerde in 2008 af aan de Film Academie met de 24 minuten durende fictiefilm Gaandeweg. Op het Nederlands Film Festival won ze de Tuschinski Award voor de beste film van de Film Academie. In 2009 maakte zij de film One Night Stands Lynn en in 2013 Flarden van Thomas. In 2014 ging haar film Een dag in 't jaar in première in EYE. Margot Schaap maakte deze speelfilm als onderdeel van haar onderzoeksmaster aan de Nederlandse Film en Televisie Academie.

    Johan Sonnenschein (1980) promoveerde in 2012 op de studie Kentering wending knik. Dynamiek in modern dichterschap (over Gorter, Nijhoff en Willem Jan Otten). Eerder publiceerde hij over Gorters socialistische epos Pan in het tijdschrift nY, waarvan hij redacteur is. Hij essayeert over hedendaagse poëzie en is lector aan de Université de Liège.

Zaal open: 19.30 uur
Entree: gratis
Reserveren kan hier