zaterdag 22 november 2008

Recensie: Erik Bloem over 'Rituele Taal'

Op 14 november organiseerde Perdu een programma met als titel Rituele Taal. Erik Bloem bezocht deze avond en schreef onderstaande recensie:


Vorm wordt betekenis


Onze kijk op taal is sterk Westers. Wij gebruiken taal primair om te communiceren. Toch is in literatuur, en in nog sterkere mate in poëzie, de functie van taal tweeledig. Er is nog steeds sprake van informatieoverdracht, maar met als doel diezelfde taal te ontstijgen en de lezer of toehoorder toegang te verschaffen tot het verhaal, het gevoel.

In poëzie staat het aantal woorden vaak in schril contrast met de zeggingskracht, immers hoe minder in taal gevangen hoe meer ruimte voor de verbeelding. De woorden op papier ontsluiten een buitentalig universum. Poëzie raakt zo aan rituele taal, het roept verhalen, gevoelens en beelden op die de tekst ontstijgen.

Jan de Roder, essayist en literatuurwetenschapper, laat zien hoe in poëzie stijlfiguren als chiasme (kruisstelling) een icoon kunnen zijn van de betekenis die de dichter wil overdragen. Ritme en klank spelen hierbij een rol. Het blijkt dan ook erg moeilijk poëzie te vertalen zonder de oorspronkelijk tekst geweld aan te doen. De betekenis is onlosmakelijk verbonden met het geluid van de taal.

Dit speelt ook een rol in de ‘performances’ van Jennifer Tee. Ze wil hierin een spanning bouwen tussen de objecten en wat er gebeurt. Acteurs zeggen hiertoe rituele teksten in verschillende talen op die door haar geschreven zijn. Tee stelt dat de betekenis van een woord verandert bij vertaling, omdat de klank anders is. Het roept een ander gevoel op.

De Roder noemt als voorbeeld van rituele poëzie de Japanse Haiku. De betekenis die deze vorm belichaamt kan door ons als Europeanen slecht gevoeld worden door het gebrek aan culturele achtergrond hiervoor. Zo ook de rituele taal waar taalwetenschapper Aone van Engelshoven ons deelgenoot van maakt. Op Oost-Timor, in het Lautem district rond het dorpje Tatuala, wordt door een handvol inwoners Makuva gesproken, een geheime en rituele taal, onder andere gebruikt bij plechtigheden voor overledenen. Van Engelshoven constateert dat de taal hier verder af staat van de concrete zaken waar deze in het Westen naar verwijst. De enkeling die de taal spreekt weet soms niet eens dat hij dat doet. Het zijn klanken waar iedereen de betekenis van kent. Een enkele klank is genoeg om een verhaal te vertellen en, belangrijker, verhalen zijn echt en kunnen dan ook niet als spinsels van de geest worden beschouwd. Alle verhalen zijn daarbij varianten of episodes uit een verhaal. Deze evoquerende kracht doet denken aan wat poëzie teweeg brengt.

Het onderwerp leent zich er lastig voor in een avond behandeld en verduidelijkt te worden. Iedere spreker heeft een andere kijk op rituele taal en een andere manier om de betekenis hiervan onder woorden te brengen, en dus te vangen. Echter, met genoeg fantasie konden de afzonderlijke onderwerpen wel degelijk nieuwe werelden openen die de taal ontstijgen.

Erik Bloem

maandag 17 november 2008

Vrijdag 21 november 2008: Stad en dichter

Met: Eddy de Buf, Daan Doesborgh, Bart FM Droog en Hans Kloos

Vele dichters hebben over vele steden gedicht. Blijkbaar brengt een stad nogal wat teweeg in een dichter. Maar of Huygens nu over Amsterdam zegt: ‘Die schrick’lickst van my swijght heeft aller best geseit’ of Jules Deelder: ‘Rotterdam is niet te filmen’; zo’n gedicht zegt eigenlijk meer over hoe de dichter naar de stad kijkt, dan over de stad zelf. Deze bijzondere verhouding tussen stad en dichter staat centraal op de avond van 21 november.

Op deze avond wordt de verhouding stad-dichter op een speelse manier verkend door deze voor één keer om te draaien: in plaats van de gebruikelijke dichter die een stad bekijkt, bekijkt vanavond de stad de dichter. Hiertoe zijn vier dichters uitgenodigd bij wie de reflectie op deze verhouding beroepsmatig al aanwezig is: vier stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen. Ieder van deze dichters is gevraagd zich voor te stellen ‘hun’ stad te zijn, en om in die rol een poëtica van de stad te formuleren: wat voor poëzie zou de stad zélf schrijven als zij een dichter was, en hoe zou de stad haar werk zien in het huidige veld, het huidige tijdsgewricht?

Aanvang: 20.30 uur; zaal open: 20.00 uur.
Voor reserveren klik hier

zaterdag 15 november 2008

Recensie: Erik Bloem over 'De Uitgestelde dood van Jacques Rigaut'

Op 7 november organiseerde Perdu een programma met als titel De uitgestelde dood van Jacques Rigaut. Erik Bloem bezocht deze avond en schreef onderstaande recensie:


Er is niets mogelijk, zelfs geen zelfmoord

Met deze woorden die nazingen in mijn hoofd word ik de donkere stad in gestuurd. Ik was op vrijdag 7 november op zoek naar Jacques Rigaut, naar een kader, maar eigenlijk moet ik concluderen dat ik het niets om hem heen gevonden heb en daarin moet blijven rondzwemmen.

De avond begint met een dialoog en een monoloog, teksten van Rigaut die een kijkje geven in zijn donkere geest. Als publiek worden we zo midden in het leven van deze getroebleerde man geplaatst. Vooraf wordt aangekondigd dat de avond niet erg theoretisch zal zijn en dat we met vragen bij Dirk van Weelden terecht kunnen. Onthutst kijk ik om me heen, op zoek naar aanknopingspunten, maar vooralsnog niets om me aan vast te houden. Er is alleen de gesproken tekst, de prachtige tekst. ‘Zelfmoord is een laatste toevlucht, nauwelijks minder weerzinwekkend dan een ambacht, of een moraal.’ Rigaut ziet zijn dood dus als nederlaag, maar wordt postuum gevierd om zijn verzet, wanhoop, verwaandheid en akelige obsessie met zelfmoord. Althans, zo blijkt uit de teksten die ik raadpleeg na afloop van de avond.

Van Weelden geeft een uiteenzetting over de manier waarop hij en zijn lotgenoot Martin Bril rond hun twintigste levensjaar gefascineerd werden door de man die besloten had te sterven, die door het niets omhuld werd als het water. Bij de twee twintigers was de mogelijkheid van een toekomstig schrijverschap echter een uitweg uit deze zwaarmoedige toestand en zij konden dan ook slechts tijdelijk meevaren op de stroom die Rigaut wel onvermijdelijk tot de afgrond voerde. Rigaut zegt dat je geen leven kunt leiden met kunst bedrijven. Hij stelde zijn leven en denken in dienst van zelfmoord.

De pauze wordt gevolgd door een korte inleiding van Kees Hin op De enkele jaren uitgestelde dood van Jacques Rigaut, een in 1980 uitgebrachte film van zijn hand. Dit bijzonder inspirerende werk was echter de laatste hoop op verduidelijking. Al gauw blijkt dat het leven van Rigaut hier op tamelijk abstracte wijze wordt vertaald: in het Nederlands, in beelden en in geluiden. En zo verliest ook de film de broodnodige vaste grond die nodig was om op waardige wijze beleefd te worden.

De avond droeg vooral bij aan de mystiek die rond Rigaut bestond, terwijl mijns inziens hier en daar wat achtergrond een onmisbaar kader zou hebben geschapen voor de onwetende toeschouwer. Geen enkele informatie lijkt geput te zijn uit de in 1998 verschenen biografie van Laurent Cirelli over de Fransman, getiteld Jacques Rigaut, portrait tiré. Ook de opkomst van het dadaïsme (in 1916) tijdens de Eerste Wereldoorlog, ontstaan uit een gevoel van walging over een cultuur die zo’n oorlog voortbracht, bleef onderbelicht. Rigaut maakte deel uit van deze beweging en was tevens gelegerd aan het einde van de oorlog. Hij verliest er een zeer goede vriend, en maakt zo - al op jonge leeftijd - van dichtbij kennis met de dood die hij ruim tien jaar later in zijn armen sluit.

Zoals gezegd, het affiche was veelbelovend, maar wie Jacques Rigaut zocht, heeft hem denk ik niet mogen aanschouwen. De schrijver zelf formuleert het echter treffend: ‘De prairie blijft open voor hen die niets hebben gevonden.’

Andere uitspraken die wellicht het vermelden waard zijn:

‘Het belangrijkste was dat ik het besluit genomen had te sterven, en niet dat ik werkelijk stierf.’

‘Ik heb nooit gelachen, behalve als ik lachte.’

‘Ik ben een man die probeert niet te sterven’

‘Als ik wakker word, gebeurt dat tegen mijn zin’

‘Ik bemin u genoeg om niets te zeggen te hebben’

‘Hoe meer mij wordt afgenomen, hoe meer ik bezit’

Erik Bloem

zaterdag 8 november 2008

Vrijdag 14 november 2008: Rituele taal

Met: Aone van Engelenhoven, Jan de Roder, Jennifer Tee e.a.

Vuur Licht Licht Vuur
Indra Licht Licht Indra
Zon Licht Licht Zon

(uit Vedisch vuurritueel)

Rituelen kenmerken zich door voorgeschreven (taal)handelingen. Het gebruik van taal bij rituelen lijkt ver af te staan van dagelijkse taal: de frases, woorden, mantras, klanken en verzen in rituelen hebben een mysterieuze betekenis en kracht. De ervaring van het luisteren naar een gedicht kan soms echter zijn als het bijwonen van een ritueel waarvan je de taal niet verstaat. Ook al begrijp je niet wat je hoort, de woorden doen duidelijk iets. Het lijken – zoals het ‘abracadabra’, ‘simsalabim’ of ‘sesam open u’ van een tovenaar – magische woorden die iets openen.

Op deze avond in Perdu zullen drie sprekers ingaan op rituele taal. Welke betekenis heeft de taal die tijdens rituelen wordt gebruikt? Wat voor een soort kenmerken bezit rituele taal? Hoe verhoudt poëzie zich tot ritueel taalgebruik?

Jan de Roder is essayist en literatuurwetenschapper, verbonden aan de universiteit van Maastricht. Hij schreef het essay ‘Het schandaal van de poëzie. Over taal ritueel en poëzie’, waarin hij verdedigt dat poëzie gezien kan worden als de missende link tussen ritueel en (natuurlijke) taal. Aone van Engelenhoven is taalwetenschapper en doet in die hoedanigheid onderzoek naar talen van Papuavolken uit Nieuw-Guinea. Recent deed hij onderzoek naar het Makuva: een rituele, geheime taal, een taal in coma, vergelijkbaar met het Latijn, die alleen geleerd mag worden door uitverkorenen, en pas op hoge leeftijd.

Jennifer Tee is beeldend kunstenares. Ze maakte exposities in onder andere Brazilië, Zuid-Korea, Litouwen en Australië en werkt in haar rituele performances met zelfgeschreven teksten in een mix van verschillende talen, die door acteurs worden opgezegd.

Aanvang: 20.30 uur; zaal open: 20.00 uur
Voor reserveren klik hier

zondag 2 november 2008

Vrijdag 7 november 2008: De uitgestelde dood van Jacques Rigaut

Met: Chris Junge, Dirk van Weelden e.a.

Op deze avond zal de Franse surrealist Jacques Rigaut centraal staan. Zijn vertaler, Dirk van Weelden, zal ingaan op belangrijke thema’s in zijn werk. Daarnaast zullen verschillende acteurs, waaronder Chris Junge, teksten van de schrijver opvoeren. Speciale aandacht zal uitgaan naar zijn preoccupatie met suïcide. ‘Het belangrijkste was dat ik het besluit genomen had te sterven, en niet dat ik feitelijk stierf.’ Jacques Rigaut pleegde zelfmoord. Opmerkelijk is dat hij dit deed op het door hemzelf aangekondigde tijdstip.

Aanvang: 20.30 uur; zaal open: 20.00 uur

maandag 27 oktober 2008

Perdu bij RadiomArt

In verband met onze avond over Vodou en Winti in de Caraïbische literatuur van aanstaande vrijdag, zijn schrijfster Maria van Daalen en Perdu-redacteur Matthijs Ponte zojuist te gast geweest bij RadiomArt. RadiomArt is een programma over kunst en cultuur bij Caribbean FM, op de Amsterdamse lokale omroep Salto. Van Daalen en Ponte werden uitgebreid geïnterviewd door Stuart Rahan.

Het gesprek, over ondermeer Trefossa en Roemer, over Vodou-priesterschap en christendom, is na te luisteren op de website van Salto FM:
- klik hier voor het eerste gedeelte (het gesprek begint na 42 minuten).
- klik hier voor het tweede gedeelte (het gesprek vervolgt meteen).

Vrijdag 31 oktober in Perdu: Vodou en Winti - over het lezen van Caraïbische literatuur

Met: Maria van Daalen, Karin Amatmoekrim en Matthijs Ponte

Een van de problemen waar de westerse lezer die zich voor het eerst verdiept in de Caraïbische literatuur op stuiten zal, is de onwetendheid over de tot dan toe allicht grotendeels onbekende culturele context waarin het werk ontstaan is. Voorbeelden van zulke onbekendheden zijn de fenomenen Vodou (op Haïti) en Winti (in Suriname). Over deze godsdiensten, beide zogenaamde ‘syncretische’ godsdiensten, bestaat in Nederland slechts weinig adequate kennis. Het door Hollywood gevoede idee dat het bij deze religies draait om zwarte magie en het steken van naalden in poppetjes lijkt wijdverbreid. Dat je deze religies hiertoe niet kunt reduceren, zal voor velen evident zijn, maar hoe we deze dan wel zouden moeten typeren zal voor even zo velen een stuk minder duidelijk zijn.

Op 31 oktober wil Perdu een aanzet geven tot het opvullen van deze lacune en daartoe ingaan op de rol die Vodou en Winti spelen in de Caraïbische literatuur. Niet alleen zal het gaan over de concrete verschijningsvorm van deze religies in verschillende literaire werken, ook zal er nagedacht worden over, bijvoorbeeld, de wijze waarop de rol van het ritueel in de religie wordt vormgegeven en wat voor sporen daarvan terug te vinden zijn in de stijl en inhoud van literaire werken. Maar ook: hoe verhouden Winti en Vodou zich tot de bekende mystieke tradities binnen het christendom, en hoe is die verhouding terug te zien in verschillende literaire werken en oeuvres? Dat deze vragen niet alleen toepasbaar zijn op werk van veelal minder bekende auteurs afkomstig uit de Caraïben, maar dat elementen van deze religies eveneens terug te vinden zijn in befaamde oeuvres als dat van Hans Faverey, zal Maria van Daalen aantonen. Zij is zelf dichteres en bovendien ingezegend Vodou-priesteres hoogste graad. Naast haar zal een aantal kenners van Winti en Vodou acte de présence geven om het licht over deze kwesties te laten schijnen.


Aanvang: 20.30 uur
Zaal open: 20.00 uur

Entree: 6/5 euro (met korting)
Voor reserveringen, klik hier.